Foto's Hans van Bergen
Stacks Image 620
Het eiland is ruig en zeker in de winter en herfstmaanden kan het er zeer woest aan toegaan.
Dun Aengus






Als hij klaar is klapt hij de zijden van de makrelen open als een boek en legt de vissen in de zon te drogen op het stenen muurtje voor zijn eeuwenoude vissershuisje.
Stacks Image 563
Een stevige Ier, met handen als schoepenbladeren. Of hij me met zijn koets het eiland mag laten zien.
Stacks Image 600








Stacks Image 604
Zo zijn er nog talloze Ierse gezinnen waar traditioneel elke avond voor een persoon meer gekookt wordt dan er mensen aan tafel zitten.









Stacks Image 616









Stacks Image 608

Sodabread met oesters en rundvlees, gesmoord in Guinness


De ongecompliceerde keuken van Inishmore



Inishmore, het grootste van de drie Aran Islands voor de Ierse westkust. Voor sommigen een van de laatste authentieke stukjes Ierland, voor anderen een kale hoop kalkrots in de Atlantische Oceaan. Maar voor de liefhebber van ruige natuur, eenvoud, wandelen en fietsen, is het hoe dan ook een oase in het jachtige landschap van deze tijd. In deze omgeving past geen verfijnde haute cuisine. Hier hoort een eenvoudige, ongecompliceerde keuken die even puur is als de oceaan en het eiland zelf.

Het is een heiige najaarsochtend als ik in Galway aan boord stap van de veerboot naar de Aran Islands. Na een overtocht van een uur over onstuimige zee, worden door de nevel van het voor de scheepsboeg opspattende oceaanwater de contouren zichtbaar van Inishmore, het grootste van de drie eilanden.

Mijn eerste indruk is die van een amfitheater. De laaggelegen baai met het smalle strand en de kleine haven, en schuin oplopend er omheen de kalkstenen heuvels. Het eiland als een openluchttheater, aangelegd door de Keltische goden voor eigen vertier en om uit te rusten van hun godentaken.

De veerboot meert af in de baai van Kilronan. Niet ver van de ankerplaats ligt hotel Bayview. Met een weidse blik over de baai en de oceaan doet het zijn naam eer aan. Als ik er voorbij loop slingert de geur van ontbijt zich als een lasso om mijn hals en trekt me naar binnen. Het ontbijtbuffet geeft me een voorproefje van wat me de komende dagen op culinair gebied op dit eiland te wachten staat.

De kleine berg gebakken eieren, enkele pannen met spek, de sudderende gietijzeren pan met witte bonen in tomatensaus, de stapel worstjes en de drie in het binnenvallende zonlicht glanzende sodabroden tonen eenvoud en puurheid. Het meisje achter de tafel schept mijn bord vol met Iers ontbijt. “De meeste gasten eten de eerste dag maar een kwart van hun bord leeg. Maar na enkele dagen hier op het eiland komen ze er wel achter dat ze hier een ontbijt als dit nodig hebben”, lacht ze. Die ochtend kom ik tot bijna de helft. Maar de volgende dagen, na kilometers wandelen en veel klimmen en klauteren laat ik telkens een nagenoeg leeg bord achter.


Meeuweneieren


Inishmore is niet groot. Je kunt het in een dag te voet of met een gehuurde fiets verkennen en ondertussen ruimschoots de tijd nemen om de talloze oudheden te bekijken die als splinters herinnering uit allerlei tijdperken over het eiland verspreid liggen. Archeologische vondsten duiden al op sporen van bewoning in de bronstijd en ruïnes van forten en kloosters uit de dagen ver voor Christus en uit latere tijdperken geven aan dat het eiland sindsdien altijd bewoond is geweest. Ongetwijfeld met mensen die net als de huidige bewoners de hardheid van de natuur op de koop toe hebben genomen. Want liefelijkheid is een begrip dat niet past bij Inishmore.

Het eiland is ruig en zeker in de winter en herfstmaanden kan het er zeer woest aan toegaan. Schaarste en honger is hier altijd meer regel dan uitzondering geweest. Dat is terug te vinden in de eenvoud van de keuken op dit eiland. Veel gebruik van vis en schaaldieren uti de Atlantische Oceaan, die het eiland aan alle kanten omspoelt. Maar ook meeuweneieren en ganzeneieren stonden (en staan nog) altijd hoog op het menu. De meeuwenpopulatie op het eiland is zelfs lang bedreigd geweest omdat de eieren in grote hoeveelheden door de eilanders uit de nesten werden geroofd. Als groenten worden voornamelijk kool, pastinaken, wortelen, uien en prei gebruikt, die allemaal gemakkelijk te telen zijn op de arme en schaarse grond op het rotseiland. Maar ook het gebruik van planten als brandnetels en zeewier geven aan dat de Ierse keuken gebaseerd is op eenvoud en creatief omgaan met schaarse opbrengsten van het land.


Makrelen


De hardheid van het eiland heeft zijn sporen achtergelaten op het gezicht en de handen van Pádraigh O’Flaherty. Zijn huid is gelooid door zeewater en zilte lucht, door stormen en door zon. Ik ontmoet hem als ik over het eiland dwaal.Zijn zakmes heeft geen snufjes. Een houten heft en maar één lemmet. Verkleurd door het zeewater. Hij speelt er even mee als hij de geur van vers gevangen vis opsnuift. Dan klapt hij het open en haalt het lemmet gestaag heen en weer over een dun geworden wetsteen. De losse pols en het gemak tonen een gewoontegebaar.

Ondertussen vertelt hij over de getijden en de wind en de verwachtingen voor het weer die beiden hem influisteren. Aan zijn voeten staat een rieten mand die gevuld is met tientallen makrelen. Vers gevangen in het eerste licht van deze ochtend. In de bleke najaarszon lijken de vissen met hun blauwgrijze kleuren van staal. Dan bukt Pádraig O'Flaherty zich. Met zijn zakmes ritst hij de vissen in een rap tempo open en maakt ze schoon. Meeuwen duiken naar resten die hij achter zich neergooit. Als hij klaar is klapt hij de zijden van de makrelen open als een boek en legt de vissen in de zon te drogen op het stenen muurtje voor zijn eeuwenoude vissershuisje.

Pádraig O'Flaherty is 58 jaar en woont al zijn hele leven op Inishmore. Zijn gestalte is pezig en gespierd. Zoals die van de meeste mannen op het eiland. Pádraig is gewend te leven van wat de zee en het rotsland hem bieden. Soms in overvloed, meestal in schaarste. Zijn ogen glinsteren als hij uit de zak van zijn vissersjas een handvol oesters haalt. "In geen andere zee op de wereld zul je betere vinden", zegt hij. Zijn mes wrikt de eerste oester open en hij reikt mij er een aan. Het vlees ligt los in de halve schelp. Ik ruik er even aan als aan een goed glas wijn en eet haar dan. Puur en zonder toevoegingen. Zoals de getijden van de oceaan haar hebben laten groeien. De smaak van zee en zilte lucht. Als we samen de oesters hebben opgepeuzeld veegt hij zijn mes af aan zijn broek en klapt het dicht. "En nu laat ik je proeven wat je nog meer met oesters kunt doen", zegt hij en nodigt me uit in zijn cottage.


Rundvlees met oesters en Guinness


Binnen hangt gemengd met de geur van houtvuur de lucht van versgebakken brood. Sodabrood, door de ingrediënten baksoda en karnemelk even Iers als onovertroffen in smaak en eenvoud. Pádraig plukt twee blikken van het Ierse stoutbier Guinness open en zet er een voor me neer op tafel. Hij schuift wat spullen aan de kant en zet er een gietijzeren pannetje bij. Een lap rundvlees smoort nog na in een donkere, dikke kruidig en zoet ruikende saus.

Als hij opschept zie ik naast het vlees de grillige vormen van oesters. “Dit is een oud recept van mijn moeder”, zegt Padraig. “Rundvlees gesmoord in Guinness. Niet zoals elders in Ierland alleen met vlees, maar met vlees en oesters. Dat geeft een onovertroffen smaak.” Hij breekt een stuk brood af en laat me proeven. Vlees, oesters en de saus op basis van Guinness smaken zoet, bitter en zilt tegelijk.Een ware smaaksensatie die ik al lang niet meer zo intens heb gehad. Wat Padraig klaarstooft op zijn houtkacheltje mag dan volgens de normen geen haute cuisine heten, op dat moment is hij voor mij de Paul Bocuse van Inishmore..

Veertien dorpjes liggen er op Inishmore, al is ‘dorpje’ in dit opzicht een betrekkelijk begrip. De grootte varieert van enkele tientallen tot zo’n vier á vijf huizen. Kilronan is het grootste dorp. In het haventje ervan spreekt John Gael me aan vanaf de bok van zijn paardenkoets. Een stevige Ier, met handen als schoepenbladeren. Of hij me met zijn koets het eiland mag laten zien. Dan wordt zijn stem zachter, alsof hij me in een complot betrekt. Uiteraard, zo zegt hij, is hij bereid me tijdens de rit alles over het eiland en zijn bewoners te vertellen.

Hij weet dat de toeristen die zijn eiland bezoeken de verhalen willen horen over het harde leven op Inishmore, over de strijd van de mannen op zee, hun visvaarten in gierende stormen in die typische bootjes, de curaghs, de honger in de winter, het kermen van de dolende zielen van verdronken vissers en alles wat er nog verder aan waarheden en mythen te vertelen valt over de Aran Islands. Na een intrigerende rit raadt hij me aan te gaan eten in “ The Aran Fisherman”.


Te vol


Gelegen aan de baai van Kilronan kijkt het restaurant uit op de haven waar de vissersboten dagelijks af en aan meren en waar de basisingrediënten van de meeste gerechten op de menukaart vers vandaan komen: de oceaan. Als ik in het restaurant binnenkom is het er vol. Te vol, zo lijkt het. De mensen zitten op de houten trappen in het restaurant te wachten. Zou dit elders mogelijk een reden zijn om een andere eetgelegenheid te zoeken, in “ The Aran Fisherman” word ik snel van die opkomende gedachte afgebracht.

Mij wordt vriendelijk verzocht op de trappen plaats te nemen tussen de andere wachtende gasten en ik krijg een glas wijn aangeboden. Binnen vijf minuten heb ik het gevoel alsof ik op dit eiland ben opgegroeid. Iedereen praat met iedereen en er worden kleine vishapjes uitgedeeld. Flessen wijn worden besteld en gaan rond alsof het een familiefeest betreft. Als er een tafel voor vier vrijkomt schuiven drie van mijn trapgenoten mee aan en zetten de gesprekken zich amicaal voort. Deze avond spiegelt de Ierse traditie van gastvrijheid.

De gedachte erachter is dat samen genieten van de maaltijd vebroedert. Zo zijn er nog talloze Ierse gezinnen waar traditioneel elke avond voor een persoon meer gekookt wordt dan er mensen aan tafel zitten. Er zou zich altijd een onverwachte gast aan kunnen dienen die anders niet in de maaltijd zou kunnen delen.

Hoewel er ook vlees- en vegetarische gerechten geserveerd worden, voeren vis- en schaaldieren in de `Aran Fisherman` toch de boventoon. Zowel de soorten vis als de manieren waarop ze worden verwerkt, zijn divers. Met enige trots noemt eigenaar P.J. Flaherty (“Call me Peejee”) zelf de vissoep en zalmtaart als de ‘creaties van het huis’. Ook dit blijken stevige ongecompliceerde gerechten, zoals het eiland zelf, met de pure smaak van de oceaan.

Omdat Ierland al enige jaren voorzichtig experimenteert met een eigen wijnproductie speur ik op de wijnkaart naar een Ierse witte wijn. Tevergeefs. Maar een fles sauvignon blanc van het Nieuw Zeelandse huis Esk Valley is als “alternatief” zeker geen straf. Als ik aansluitend nog een portie “crabclaws” bestel schuiven mijn Ierse disgenoten hun stoelen geamuseerd achteruit. Wat ze bedoelen wordt me snel duidelijk. De krabbenpoten worden opgediend, overgoten met een pittige tomatensaus. Telkens als ik met een notenkraker de harde schaal van een krabbenpoot kraak, spuit er een regen van druppels tomatensaus op en naast mijn te kleine servet. Geamuseerde blikken kijken naar me en ik besef dat ik ongewild de entertainer voor vanavond ben geworden.


Picknick


Bij het natafelen met een glas Ierse whiskey word ik door Peejee en zijn vrouw Grace uitgenodigd om de volgende dag hun picknickarrangement te proberen. Een uitnodiging waar ik graag op in ga. Voor een bedrag dat wisselt naar gelang het aantal deelnemers aan de picknick, krijg je een picknickmand mee, gevuld met kreeft, sodabread en appeltaart met slagroom. Wijn en zelfs entertainment in de vorm van een storyteller of een gitarist kunnen als supplement bijgeleverd worden.

Ik kies voor de wijn als supplement maar zonder het entertainment. Daar zorgt de omgeving van de ruines van het ruim 3000 oude fort Dun Aengus wel voor. Het ligt op het hoogste punt van het eiland, op de rand van de meer dan negentig meter hoge kliffen. Tussen dit punt en Amerika is er verder niets dan enkel de weidsheid van de Atlantische Oceaan.

Als ik de inhoud van mijn picknickmand om me heen spreid, hoor ik ver in de diepte het beuken van het water op de rotsen. Het geeft een ongekend gevoel van nietigheid en ontzag voor de natuurelementen. Terwijl het zachte kreeftenvlees bijna smelt in mijn mond blijf ik gevangen door het spectaculaire uitzicht. Soms breekt het zonlicht in duizend kleuren uiteen in de opspattende golven en dan weer jagen wolkenpartijen variërend van diep blauwgrijs tot het helderste wit elkaar na en is de lucht boven de oceaan een waar theater.

De zilte wind strijkt langs mijn gezicht. En dan ineens, daar op die verlaten rotspunt valt de smaak van de keuken op Inishmore volkomen samen met de omgeving waar zij uit voortkomt. Inderdaad, haute cuisine past hier niet. Hier horen alleen gerechten thuis met de eenvoud en puurheid van het eiland en zijn bewoners zelf.



Laatste Tweets


Recent Werk

Heksenwaan musical Hans van Bergen
Libretto en liedteksten musical Heksenwaan.
Premiere mei 2014, Theaterhotel De Oranjerie.

Social Media


Stacks Image 2573
Volg me op Twitter
Stacks Image 2580
Volg me op LinkedIn
Stacks Image 2587
Volg me op Facebook